Coördinatie en informatievoorziening rond de schoonmaak activiteiten van de Maasoevers en uiterwaarden na de recente overstromingen.

Deel dit bericht:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Direct na de overstromingen heeft IVN een voorstel gedaan voor de organisatie van de ruimactiviteiten op basis van een gefaseerde aanpak. Daarbij was een primaire rol voorzien voor de Schone Maas Projectgroepen (SMPs), tezamen met hun gemeentes. In SMPs coördineren de terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat, Waterschap en Natuurmonumenten) met hun gemeente. Ze bestaan voor bijna alle gemeentes langs de Maas.

Een enorme chaos na het recente hoogwater


Het IVN-voorstel was vooral logisch, omdat (i) haar MaasCleanup-organisatie al veel ervaring heeft met schoonmaakacties langs de Maas, ii) de gezamenlijke terreinbeheerders vertegenwoordigd zijn in de SMPs, (iii) gemeentes verondersteld worden om bij dit soort complexe en plotselinge problemen de verantwoordelijke instanties aan te sturen, en (iv) extra noodfinanciering dan gemakkelijker gemobiliseerd kan worden.
Bij de coördinatie van deze grote schoonmaak ging het om vragen als:

  • Welke instantie is de eigenaar van welk terrein? Wie beheert het/handhaaft er?
  • Over welk personeel, budget en materiaal beschikt elke instantie?
  • Welke instantie heeft benodigde specifieke expertise, zoals o.a. voor coördinatie?

In de door IVN/MaasCleanup voorgestelde gefaseerde aanpak, zouden de SMPs, gezamenlijk met hun gemeente, de schoonmaakactiviteiten plannen, gecoördineerd uitvoeren, begeleiden en faciliteren. Bestaande vrijwilligers-organisaties en kleine groepjes ad hoc vrijwilligers konden zo dan gefaciliteerd worden in hun belangrijke rol.

Vrijwilligers vormen een belangrijke rol bij de schoonmaakactiviteiten

Terugkijkend op de uitgevoerde ruimactiviteiten constateerde IVN/ MaasCleanup dat in gemeentes mét een SMP de communicatie over, en de coördinatie van de ruimactiviteiten over het algemeen soepel en efficiënt verlopen was.
Maar voor een paar gemeentes (o.a. Maastricht, Eijsden en Margraten bestond geen SMP als platform voor overleg en coördinatie tussen terreinbeheerders. Maastricht had haar aansturende rol blijkbaar uitbesteed aan het CNME (Centrum voor Natuur en Milieu-Educatie).
Bij de overstroming van juli is het grote nadeel van deze opzet voor ons, in Itteren en Borgharen, nog eens extra duidelijk geworden. In de loop van het proces van afvalruiming waren er meerdere momenten, waarop het gemis aan goede communicatie en samenwerking tussen de terreinbeheerders hinderlijk was, en waarbij de gemeente geen duidelijke aansturende rol speelde. Effectiviteit leed door late communicatie, onduidelijke taakverdeling over aanpak, overlappende acties en tekort aan middelen. Wel heeft het Consortium Grensmaas met extra financiering de ruimactiviteiten een grote boost gegeven.

Een klein gedeelte van de ‘oogst’

Ook bij de routine ruimacties van afval op de oevers van de Maas, merken de vrijwilligers dat de afstemming met gemeente en terreinbeheerders niet optimaal is. Dit komt deels omdat de terreinbeheerders elk kampen met tekorten in budgetten en personeel. Een verbetering in communicatie en coördinatie is wenselijk, maar zou zich vooral uitbetalen bij toekomstige onvoorziene, plotselinge en complexe problemen van oeververvuiling door wateroverlast.
Wij vragen de gemeente Maastricht om het nut van een platform als SMP alsnog te overwegen. De aansturing van deze groep terreinbeheerders werd ooit uitbesteed aan het CNME, maar deze heeft in onze ogen daarvoor niet het nodige gezag, en bovendien coördineert het CNME blijkbaar niet met het Waterschap. Wij pleiten daarom voor aansturing van de terreinbeheerders door de gemeente zelf.