Itteren en Borgharen 50 jaar bij de gemeente Maastricht

Deel dit bericht:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

De dorpen Itteren en Borgharen werden op 1 juli is 1970 samen met Heer en Amby door stad Maastricht geannexeerd.
Dat is nu 50 jaar geleden en dus een mooie gelegenheid voor een terugblik in de tijd.

Jongensschool Borgharen

De brief van de provincie waarin de annexatie werd aangekondigd zou in de tijd van nu gezien worden als een overval. Maar ook destijds heeft dat heel wat stof doen opwaaien. Beide dorpen hebben zich daar vergeefs tegen verzet. Er werden zelfs 2 deskundigen prof. dr. Klaasen en prof. mr. Prins aangetrokken om te onderzoeken of de argumentatie van de provincie voor de toekomstige vraag naar industrieterrein wel voldoende onderbouwd is en tevens steekhoudende argumenten te vergaren om die annexatie af te wijzen.

De rapporten van de deskundigen zijn in een boekwerkje samengevat dat door de burgemeester in zijn begeleidend als een enigszins kunstzinnige vorm wordt aangeduid. Dat begeleidend schrijven is van 25 maart 1965 en ondertekend door burgemeester Bouwens, de secretaris van Itteren Frans Dolmans en de secretaris van Borgharen Frans Cortenraad. Het rapport word aan alle hoofden van de gezinnen overhandigd, opdat ieder lid van het gezin daarvan kennis kan nemen, aldus de burgemeester.
Het is inderdaad een mooi vormgegeven boekje met prachtige foto’s van de beide dorpen die voor veel bewoners van toen een gevoel van nostalgie en weemoed zal oproepen.
Onderstaand een beknopt samenvatting van het boekwerkje dat de titel draagt:

gemeente
Borgharen

gemeente
Itteren

Op 26 oktober 1964 ontvangen de gemeenten Itteren en Borgharen een brief van de provincie waarin het provinciaal bestuur het wenselijk acht om beide gemeenten op te heffen en toe te voegen aan de gemeente Maastricht. De verwachting is dat Maastricht door haar gunstige ligging in toenemende mate zal fungeren als industrieel centrum ook al omdat een daling van de werkgelegenheid in de mijnindustrie in gang is gezet. Maastricht moet nu, aldus de provincie, haar kansen benutten voor een snelle economische ontwikkeling en dus een toename van de werkgelegenheid. Hiervoor is onder meer nodig industrieterrein en dat is voor een deel te vinden aan de westzijde van het Julianakanaal; tussen de dorpen en het Julianakanaal is een gebied van ca 50 ha beschikbaar. Wat er dan van ieder dorp over blijft zal moeilijk als een zelfstandige eenheid kunnen functioneren. De provincie wil daarom dat beide dorpen opgaan in de gemeente Maastricht.

De Maas

In 1951 hebben Itteren en Borgharen samen 75 ha grondgebied afgestaan aan Maastricht voor de ontsluiting van het Beatrixhavencomplex oostelijk van het Julianakanaal. In mei 1962 komt de gemeenteraad met een nieuw voorstel tot verdere uitbreiding. Dit voorstel is gebaseerd op het rapport “De ruimtelijke ontwikkeling van Maastricht” van januari 1962. Hierin staat dat het aantal inwoners in 1986 geraamd wordt op 124.000 en voor “Groot Maastricht” zelfs op ca 140.000 en in een nog verdere toekomst op 190.000. Dit is het gevolg van de verwachte bijzondere bijdrage van de stad in de ontwikkeling van Zuid-Limburg met daarnaast haar gunstige ligging in een naar eenwording strevend Europa. De gebiedsuitbreiding betreft een gebied van ca 40 ha van Itteren en Meerssen oostelijk van het Julianakanaal.

De conclusie van de deskundigen is hard.

In de perioden 1946 – 1962 is geen tendens waar te nemen dat er op termijn 190.000 inwoners zullen zijn; dat vereist een positieve migratie van 54.000 personen en voor dat getal is geen onderbouwing aanwezig.
Het industriegebied Beatrixhaven waarvoor in 1951 nog 75 ha verkregen is door annexatie is in 1962 nog maar voor een klein gedeelte benut. Ook wordt geconstateerd dat er in de periode 1953 – 1961 geen sprake is van een dynamische industriële ontwikkeling van Maastricht. Uit rapporten van de gemeente Maastricht blijkt dat de uitbreidingen van de Beatrixhaven bedoeld zijn voor de verre toekomst. Over annexatie van het gebied westelijk van het Julianakanaal van 50 ha, waarop nu door de brief van de provincie wordt aangestuurd, wordt met geen woord gerept.
Ook is er geen dwingende reden dat als de dorpen 50 ha moeten afstaan dan ook maar en passant de dorpen zelf in te lijven.
Bezien door de bril niet alleen van toen maar zeker ook van nu worden er kromme redeneringen gebruikt om de dorpen hun zelfstandigheid te ontnemen en zonder een goede argumentatie in te lijven bij Maastricht.
Dat de dorpen op termijn bij Maastricht zouden komen lijdt geen twijfel maar de manier waarop dit gebeurd is zijn de nodige kanttekeningen te maken.

Er is geen poging ondernomen om te achterhalen wat de reactie van de provincie en de gemeente Maastricht op het rapport van de deskundigen is en wat daarna in de periode tot aan de annexatie nog gespeeld heeft.
Op 1 juli 1970 is de annexatie een feit en aan de vooravond daarvan op 30 juni 1970 wordt door het gemeente bestuur van Itteren en ondertekend door de waarnemend burgemeester J. Gehlen een brief gestuurd “Aan de burgerij van de gemeente Itteren”. In deze brief wordt vermeld dat Itteren op 17 februari 1800 een zelfstandige gemeente werd en dat aan deze zelfstandigheid na 170 jaar een einde komt. In die periode zijn er 13 burgemeesters geweest die in de brief allemaal genoemd worden.

Onderstaand de brief van waarnemend burgemeester J.Gehlen