Knotwilgen en takkenrillen

Deel dit bericht:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Onlangs is een groot deel van de knotwilgen langs de Kanjel gesnoeid oftewel geknot. In opdracht van het Waterschap heeft de firma Krinkels het reguliere onderhoud aan de knotwilgen verricht. Worden de bomen niet om de 4 jaar geknot dan scheuren ze uiteindelijk open door te zware takken en gaan de bomen verloren.

Knotwilgen langs de Kanjel ter hoogte van de Recreatievijver

Knotwilgen zijn belangrijk voor landschap en natuur. Ze vormen een karakteristiek lint in het landschap en markeren de loop van de Kanjel. Knotwilgen zijn als kleine natuurgebiedjes: er blijft water en bladafval in staan dat gaat rotten en wordt een beetje molm. Molm is vruchtbaar, houd water vast en is de ideale bodem voor veel planten, mossen, paddenstoelen en varens die er op kunnen groeien. Volgens een onderzoek van Natuurmonumenten zijn aan een wilg wel 450 insectensoorten verbonden, ter vergelijking een tamme kastanje slechts 10 soorten. Een knotwilg heeft meerdere microklimaten door de afwisseling van zon en schaduw. Allerhande dieren kunnen zich erin verschuilen en rusten, zich voortplanten en hun voedsel bewaren. Vogels als de holenduif, het steenuiltje en ringmussen maken hier gebruik van. In Itteren zitten steenuiltjes die van deze knotwilgen voor hun voortbestaan afhankelijk zijn.

Geknotte wilgen met takkenrillen

Ook muizen (voer voor steenuil en torenvalk), vleermuizen, wezels en hermelijnen kiezen holle bomen als nest en schuilplaats. Op verzoek van de werkgroep Recreatievijver is een deel van het snoeiafval achtergebleven. Van dit snoeiafval zijn zogenaamde takkenrillen gevormd. Deze takkenrillen vormen een natuurlijke schuilplaats voor kleine zoogdieren zoals de egel. Kleine vogels als winterkoning, roodborst en heggemus zoeken er graag voedsel en een schuilplek in.

Verbeelding van een takkenril als natuurlijk biotoop