De vegetatielegger; veiligheid versus natuurontwikkeling

Deel dit bericht:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

In hoeverre wordt onze veiligheid aangetast door de toenemende begroeiing in het stroomgebied van de Maas? Een onderwerp dat de gemoederen danig bezig houdt. In hoeverre is natuurontwikkeling mogelijk samen met behoud van (hoogwater)veiligheid?

Om de vegetatie in toom te houden heeft Rijkswaterstaat een zogenoemde vegetatielegger opgesteld. In deze legger zijn per gebied regels opgenomen over de hoeveelheid en soort begroeiing die er aanwezig mag zijn. Dit om de waterstand en waterkwaliteit te kunnen reguleren. Indien de vegetatie dusdanige vormen aanneemt dat de veiligheid in het gedrang komt wordt de begroeiing verwijderd. Volgens Rijkswaterstaat zorgen bomen en struiken voor opstuwing van het water, men eist nu dan ook dat grote hoeveelheden planten en struiken gesnoeid worden om de doorstroming te verbeteren.

De vegetatielegger van Rijkswaterstaat (bron: Rijkswaterstaat)

Dat dit een behoorlijke impact heeft op de flora en fauna mag duidelijk zijn. Diverse natuurorganisaties zijn dan ook van mening dat hier maatwerk gewenst is. Per locatie dient bekeken te worden in hoeverre natuurwaarden aangetast worden en of deze begroeiing daadwerklelijk invloed heeft op de waterstanden en dus geruimd moet worden. Deze organisaties zien dan ook liever een Maas met ruige oevers vol natuurlijke bossen en graslanden. Met name de begroeiing direct langs de oevers vormen ware pareltjes met een hoge natuurwaarde (ooibossen). Naast de grote diversiteit aan bijzondere planten dienen ze ook als broodnodige schuilplaats voor vele diersoorten.

Onduidelijk is nog steeds in hoeverre begroeiing en verruiging van het landschap een negatief effect heeft op de waterstanden. Volgens een recent rapport van Bureau Stroming helpt verruiging juist ten tijde van hoogwater. Begroeiing vormt een natuurlijke klimaatbuffer doordat het water opvangt bij extreme regenval, daarnaast speelt het ook een rol bij het voorkomen van droogte als gevolg van klimaatverandering.

In hoeverre het beleid van Rijkswaterstaat invloed heeft op de begroeiing binnen het RivierPark ter hoogte van Borgharen en Itteren is nog onduidelijk. Feit is wel dat een groot deel van de momenteel aanwezige begroeiing binnen de contour valt waar nagenoeg geen opgaande begroeiing gewenst is. Tijdens de uitvoering van de Grensmaaswerken is al enorm veel van het aanwezige groen verdwenen. Nu dreigt er een nieuwe kaalslag.

De contouren ingetekend ter hoogte van de Geulmonding. Boven de gele contour is nagenoeg geen begroeiing toegestaan (bron OBI2025)
Het bosje (links) bij de monding van de Geul valt binnen mengklasse 90/10 en dreigt te verdwijnen (bron: OBI2025)
Deze begroeiing langs de Geul zou ook kunnen verdwijnen (bron: OBI2025)

Het radicaal rooien van bomen en struiken zou rampzalig zijn voor de aanwezige natuur. Hier is maatwerk gewenst. Uiteraard hebben wij belang bij onze veiligheid, maar snoeien met de botte bijl is uit den boze en waarschijnlijk niet altijd noodzakelijk. Komende tijd wordt verder onderzoek gedaan naar de impact van de begroeiing. Daarnaast loopt er een rechtszaak tegen Rijkswaterstaat aangespannen door Natuurmonumenten. Werkgroep OBI blijft de ontwikkelingen op de voet volgen. Wordt ongetwijfeld vervolgd!